Start ] Voorwoord ] Fotoalbum ] [ Oostvoornse meer ] Presentatie ] Castingtotaal ] Cursus ]

 

Gebiedsbeschrijving :

 

Het Oostvoornse meer is onstaan in 1966 door afdamming van het Brielse Gat. Daarop volgend heeft, ten behoeve van de aanleg 

van de Maasvlakte, tot 1969 zandwinning plaatsgevonden. Aan de oostzijde van het meer ligt de Brielse Maasdam (1952) en aan de 

westzijde de Brielse Gatdam (1966). Het van oorsprong zoute water wordt steeds zoeter. Vanaf 1973, na de eenmalige inlaat van 

zout water vanuit het beerkanaal (1,2 miljoen kubieke meter), is het meer langzaam aan het verzoeten. 

In 1997 was het zoutgehalte nog eenderde gedeelte van dat van zeewater.

 


Hierboven is een plattegrond van het gebied te zien. De onderbroken strepen geven de dammetjes aan die in het water liggen ter 

bescherming van de oevers. Op de rood aangegeven plaatsen mag niet worden gevist of gelopen, omdat deze gebieden als natuurgebieden 

zijn aangemerkt, of zij van Rijkswaterstaat zijn. Verder mag ook niet worden gevist vanaf de loswal welke aan de noord-west oever ligt. 

Dit is aangegeven door borden.

 

Algemene gegevens :

Oppervlak : 233 ha
Volume : 48,5 miljoen m3
Peil : 0,3 - 0,5 meter +NAP
Diepte gemiddeld : 21 meter
Diepte maximaal : 43 meter
Oeverlengte : 10 kilometer

                                       

Als gevolg van bodemwinning is het bodemverloop zeer grillig. De oevers zijn op een aantal plaatsen zeer steil. 

De bodem bestaat uit klei en zand en op enkele plaatsen een fractie veen. Op de bodem bevindt zich plaatselijk een dunne-, 

goed verteerde modderlaag met, in de diepste putten (ca 43 meter), een dikte van ca 50 cm. Langs de oevers zijn 

grinddammen aangelegd om de oevers te beschermen tegen golfslag.